dinsdag 21 augustus 2007

Van stiltezaal tot gebedsruimte voor moslims?

Update 29 augustus: toch weer geïntegreerd
De werkzaamheden zijn klaar, de blauwe pijl wijst nu naar de opgeknapte stilteruimte en op het bord staat: Stilteruimte, kapel, gebedsruimte (met eronder Arabische letters).

Update 23 augustus: blauwe pijl!
Op het bord Gebedsruimte Moslims staat nu een blauwe pijl die naar links wijst. Er komt dus een aparte moslimruimte bij. De huidige stilteruimte blijft zoals die is, maar wordt opgeknapt.

- - - - - - - - -

Het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam had een fraaie, sobere stilteruimte waar patiënten en familie zich konden terugtrekken om te mediteren over leven en dood.
Onlangs ging de ruimte dicht wegens 'onderhoudswerkzaamheden'. Elders kwam een vervangend stiltezaaltje. De werkzaamheden zijn nog in volle gang, maar er hangt al een nieuw bord: Gebedsruimte Moslims, tevens in Arabische letters.

Het mooie aan dat zaaltje was dat in een intieme hoek bijbels lagen, een torah, er hingen iconen en andere symbolen van de Oosters-orthodoxe kerken. En er lag de koran. Het was een vredelievende, smaakvolle ruimte waar de oecumenische gedachte werd gevierd, maar waar ook niet-gelovigen zich prettig konden voelen.
Nu is dat idee opgeofferd aan de Apartheidseisen van de mohammedanen.

De omverwerping van het onderwijs, les 2

Alain Caruba

De Nederlandse overheid heeft het onderwijs om zeep geholpen. Ook in de VS worden kinderen dommer – en volgzamer – gemaakt op school. Lees en huiver van herkenning.

Hoe kon het gebeuren dat het Amerikaanse onderwijs van een systeem dat kennis overbracht veranderde in een systeem dat gedragsveranderingstechnieken gebruikt om de houding en opvattingen van kinderen, leraren en ouders te beïnvloeden?

Om dit voor elkaar te krijgen, hebben de coupplegers vanaf de jaren ’60 bedrog gepleegd. In 2001 stond er een hoofdredactioneel commentaar in een krant in New Jersey, ‘Laat het bestuur spreken’, waarin werd opgemerkt dat de leden van een plaatselijk schoolbestuur een spreekverbod opgelegd hadden gekregen om in de pers ‘verwarring’ te voorkomen over de doelstellingen van het schoolbeleid. ‘Maar dit gaat niet over verwarring’, aldus het commentaar, ‘het gaat over beheersing.’ En dit is ‘een belediging van het publiek en het idee van open overheidsbestuur.’

Er is niets ‘opens’ aan de poging het Amerikaanse onderwijs de nek om te draaien. Het valt alleen niet op omdat het zich voltrekt in vermeend lokale schoolbesturen of de plaatselijke dienst onderwijs. Het vehikel voor deze verandering is altijd een overheidsorgaan, maar de toezichthoudende speler is het federale departement van onderwijs.
Hun doel is al decennia lang om schamel opgeleide kleine wereldburgers voort te brengen, klaar om zich niet te hechten aan de vrijheden die de oudste grondwet garandeert. Dit systeem is een kopie van wat de Sowjetunie en maoïstisch China hadden en het creëert een inschikkelijke en zelfvoldane bevolking.

Daartoe moesten ze de studenten die door het systeem gingen dommer maken. Op 17 februari 2001 schreef de Los Angeles Times dat de voorzitter van het college van bestuur van de universiteit van Californië ‘de toelatingstest SAT wil afschaffen voor alle acht afdelingen voor eerste-fasestudenten. Wat een fantastische manier om de normen voor academische prestaties verder uit te hollen!

Een maand eerder berichtte de Times dat de universiteit van Californië ruim 2000 studenten op de keien gooide, 6 procent van de eerstejaars van het vorig studiejaar, omdat ze onvoldoende basisvaardigheden wiskunde en Engels hadden. Dit zijn vaardigheden die ze al in hun eerste twaalf jaar op Californische scholen hadden moeten aanleren! Het betekent dat hun diploma’s waardeloze vodjes papier zijn.

Dit patroon herhaalt zichzelf van staat tot staat, omdat het hele onderwijssysteem tekort schiet. Dat de president veel nadruk legt op toetsen, bewijst dat hij er niets van begrijpt.
Het januari/februarinummer van The American Enterprise (2001) was gewijd aan het gegeven dat sommige scholen succes hebben, terwijl andere falen. Karl Zinsmeister schrijft dat het ‘uiterst interessant is hoe de succesvolle scholen die wij portretteerden allerlei kenmerken gemeenschappelijk hadden. In bijna alle scholen zien we een opmerkelijke basisformule: strikte discipline, een strenge en niet-toegeeflijke morele component, met inbegrip van respect voor religie, een nadruk op het onderwijzen van intellectuele basiskennis, een voorkeur voor boeken en lesprogramma’s die de tand des tijd hebben doorstaan, duidelijke kleding- en gedragsvoorschriften, en inspanningen om de leerlingen beleefdheid, respect en hoffelijkheid bij te brengen.’
Vergelijk dat eens met de scholen in uw omgeving waar de leerlingen zich aanstootgevend kleden, grof gebekt zijn en de grootste klacht is dat ze teveel huiswerk hebben.

President Bush heeft zich laten omkopen door de missie van het gevestigde onderwijsorde om de leerlingen systematisch dommer te maken. Hij is niet de eerste president die hieraan ten prooi valt. Om de feiten te kennen, leze men The Deliberate Dumbing Down of America van Charlotte Thomson Iserbyt.

De president heeft vijf miljard dollar uitgetrokken voor een programma dat kinderen moet leren lezen. Help! Kan iemand me alsjeblieft uitleggen hoe nog meer geld iets kan veranderen aan het feit dat Amerikaanse scholen met al hun miljarden belastinggeld dat niet reeds kunnen onderwijzen?

Je hoeft alleen naar het onderwijs in Texas te kijken om te zien waarom de roep om een nationale toets bedrog is. In het novembernummer 2000 van het blad Reason veegde Jerry Jesness de vloer aan met de hype over de toetsscores van Texaanse leerlingen. Ondanks tal van verbetermaatregelen bleken de Texaanse jongeren op de 39ste plaats te eindigen bij de SAT-test.

In 1984 nam de staat een wet aan die minimale eisen stelde aan toelating op universiteiten. Met als gevolg dat sindsdien overal in Texas een aanzienlijke hoeveelheid tijd wordt besteed aan hoe je een voldoende kunt halen op die test. Studenten leren strategieën om te slagen. Bijvoorbeeld, het opdoen van rekenvaardigheden wordt opgeofferd aan methoden als stokjes tekenen en tellen! Dat maakt deze toets in wezen betekenisloos.

Dit is allemaal al voorspeld in de jaren ’70, toen de ‘educraten’ voortgang boekten met de ondermijning van het onderwijs in basiskennis. In 1976 zei Catherine Barrett, destijds voorzitter van de nationale onderwijsbond, in een toespraak: ‘Ten eerste willen we alle mensen helpen begrijpen dat school een concept is en geen plek. We zullen ‘scholing’ niet verwarren met onderwijs. De school moet een gemeenschap zijn, de gemeenschap een school.’
Deze newspeak was een voorloper van het ‘je hebt een dorp nodig om een kind op te voeden’ van Hillary Clinton. Het is een communistische visie waarin de hele maatschappij nodig is om de opvattingen van studenten te vormen. Individualisme is slecht. Je conformeren aan de groep is goed.

Barrett zei verder: ‘We moeten erkennen dat de zogeheten ‘basisvaardigheden’ die momenteel bijna alle lestijd opsouperen in basisscholen, in een kwart van de schooldag zullen moeten worden onderwezen. De overblijvende uren moeten worden gewijd aan wat werkelijk essentieel is en de echte basis: tijd voor eigen onderzoek, voor studenten die hun eigen belangstelling willen volgen, tijd voor een dialoog tussen leerlingen en docenten. (…) In plaats van een informatieverschaffer zal de leraar een aangever van waarden zijn, een filosoof. Leerlingen zullen leren hoe je een liefdesbrief schrijft en laboratoriumaantekeningen.’

Misschien wilt u dit nogmaals lezen. Het hoofd van de onderwijsbond had het over het omvormen van de schooldag tot ongeveer alles behalve leren lezen, schrijven en rekenen. Leraren moesten ‘veranderaars’ worden.

De verandering die in de onderwijsprogramma’s van vandaag is doorgevoerd, is bedoeld om de gehele sociale structuur van onze maatschappij om te gooien, evenals de waarden die haar groot hebben gemaakt. Wedijver en succes in het je eigen maken van basiskennis en -vaardigheden en weten hoe je die kennis toepast, worden overboord gegooid. Daarvoor in de plaats komen andere ideeën over het gezin, vaderlandsliefde, godsdienst en seksualiteit.
Kijk om je heen en vraag jezelf af waarom we nu alle soorten ‘gezinnen’ accepteren. Waarom leven we in een culturele omgeving die is doordrenkt met seks zonder verantwoordelijkheid? Waarom stemmen miljoenen mensen niet? Waarom wordt het uiten van religieuze waarden voortdurend belachelijk gemaakt?

In een artikel uit 1972 schreef Chester Pierce (Harvard) een stuk getiteld ‘Planetarische burgers worden: een zoektocht naar betekenis’; het verscheen in het novembernummer van Childhood Education. Hij maakte zich zorgen over het feit dat kinderen van een jaar of vijf al politieke opvattingen hebben als ‘een hardnekkige trouw aan dit land en zijn leider.’ Wat hij wilde, was een kind dat naar de kleuterschool ging ‘met eenzelfde loyaliteit aan de aarde als aan zijn vaderland.’
Dit is een recept voor het degraderen van vaderlandsliefde en trouw aan waar dit land voor staat, ten gunste van het creë:ren van burgers van een ‘transnationale regering’ onder leiding van de Verenigde Naties en de milieubeweging.

Dwars door de jaren ’70 heeft de Amerikaanse regering deze stroming gesubsidieerd. Lokale onderwijssystemen werden overgenomen door programma’s die waren ontworpen om lokale autonomie te vernietigen. Ik wil niet dat het onderwijsbeleid van president Bush slaagt omdat het de voortgaande omverwerping van onze scholen door het ministerie van onderwijs weerspiegelt.
Dit proces begon in de jaren ’60, ging door in de jaren ’70 en ook daarna is het in volle vaart doorgegaan.

Het eerste deel van deze serie staat hier.

Geen bijbels in Saoedi-Arabië

Update 31 augustus: Saudi Arabian Airlines heeft op zijn website de gewraakte regel (Items and articles belonging to religions other than Islam are also prohibited. These may include Bibles, crucifixes, statues, carvings, items with religious symbols such as the Star of David, and others) geschrapt.
Nu staat er (in het Engels en het Arabisch):

Een aantal zaken mogen het Koninkrijk niet in om religieuze redenen en vanwege plaatselijke regelgeving. Hieronder vallen alcoholische dranken, varkensvlees en varkensvleesproducten, verboden geneesmiddelen en narcotica, vuurwapens, explosieven, scherpe voorwerpen en pornografie.

Mogen bijbels, kruisbeeldjes en davidssterren nu wel het land in? Of houden ze voor de buitenwereld de schijn op om de luchtvaartomzet op peil te houden. Daniel Pipes denkt het laatste. Een dergelijke belangrijke beleidsverandering komt er nooit binnen een week door en er wordt nog steeds naar 'religieuze redenen' verwezen.
Kortom, Pipes' actie blijft nodig.

- - - - - - - - - - - - - -

Daniel Pipes meldt een interessante ontwikkeling over het nieuws dat de Saoedische staatsluchtvaartmaatschappij geen door toeristen meegebrachte bijbels, kruisbeeldjes, davidssterren of andere religieuze symbolen toelaat 'die behoren tot andere godsdiensten dan de islam'. In Saoedi-Arabië zijn kerken en synagogen verboden.

Michael Freund van de Jerusalem Post belde met het hoofdkantoor in New York, waar dit verbod werd bevestigd. Hoezeer het aartsintolerante Saoedische regime ook verknoopt is met de islam, het is niet de baas over deze godsdienst.

Volgens de journalist en bekeerling Stephen Schwartz van het Center for Islamic Pluralism worden ook sjiïtische en Ahmadiyya-boeken in beslag genomen op het vliegveld van Riyaadh, met als doel de wahabitische oppermacht in stand te houden.

Ook al kunnen wij vanwege de godsdienstvrijheid de Saoedi's geen koekje van eigen deeg geven door hun moskeeën en korans te verbieden (vanwege de veiligheid zou dat wel moeten), we kunnen wel iets anders terugdoen, zegt Pipes. De staatsluchtvaartmaatschappij Saudi Arabian Airlines is kwetsbaar omdat ze op achttien internationale luchthavens vliegt. En dus kunnen we zeggen: als jullie die bijbels, kruisbeeldjes en davidssterren in beslag nemen, komen jullie onze vliegvelden niet meer op.

Dat wordt nog lastig kiezen voor Riyaadh: ontkennen, de westerse vliegtuigen blokkeren of toch maar niet-wahabitische religieuze spullen toelaten?
Het eerste is een te grote belediging voor het koningshuis (stel je voor, onze vliegtuigen wel bij hun en die van hun niet bij ons). Het tweede brengt het land in een isolement.
Dan blijft alleen het laatste over.

Wie begint?
Wordt het een gezamenlijke actie van regeringen tegen de despoten van Riyaadh (en gaan we daarna ook eisen dat andersgelovigen in vrijheid hun godsdienst kunnen beleven) om de reclameslogan 'We aim to please you' van de Saoedi's van de borden te halen?

Of vormen christenen, joden, hindoes, boeddhisten en Ahmadiya's een delegatie plus pers die gewapend met verboden reli-symbolen in een Saoedisch vliegtuig stapt met de mededeling: 'Probeer het maar af te pakken'. Tegelijkertijd zouden internationale advocatenfirma's een mensenrechtenprocedure kunnen beginnen tegen het vliegende verlengstuk van het regime.

Daniel Pipes vindt dit een aardige gelegenheid voor links en rechts, en gelovig en ongelovig, om samen op te trekken tegen de radicale islam.
Wie neemt de handschoen op?

maandag 20 augustus 2007

Koranuitleg die alle illusies vernietigt, deel 4

The Incredible Qur’an, door Louis Palme

Moslims zeggen altijd dat wij onwetend zijn en niets begrijpen van hun prachtige koran. Maar wat staat er eigenlijk in het boek dat Wilders wil verbieden? Een serie.

Soera 4: Vrouwen (an-nisaa)

Dit is ongetwijfeld de soera die het negatiefst over vrouwen spreekt. Elke vrouw die wil weten hoe het is om als mohammedaanse te leven, moet dit hoofdstuk lezen. Het begint met het probleem van mannen die weesmeisjes misbruiken. De oplossing: trouw met een, twee of drie vrouwen om de verleiding te weerstaan (soera 4:3). Is dit het woord van God?

Het grootste probleem met dit hoofdstuk is dat de kruisiging van Jezus glashard wordt ontkend.

Zij [de joden] hebben hem niet gedood, noch gekruisigd, maar ze meenden dat dat zo was. Degenen die het oneens waren over hem koesterden twijfels over hem; ze wisten niets over hem behalve pure speculaties; het is zeker dat ze hem niet hebben afgeslacht. God heeft hem tot zich omhoog gebracht. (soera 4:157-158)

Een ander groot probleem heeft te maken met de bewering dat Jezus niet Gods zoon was en dat Maria deel uitmaakte van de christelijke ‘Drieëenheid’.

De Messias, Jezus, de zoon van Maria, was niets anders dan Gods gezant en Zijn Woord dat hij richtte tot Maria: een geest afkomstig van Hem. Dus geloof in God en zijn gezanten en zegt niet: ‘Drie.’ Zie daarvan af, en het is beter voor jullie. Immers, God is één God. Goed verhoede dat Hij een zoon zou hebben! (soera 4:171-172; zie ook soera 5;115)

Wat het bevestigen van de evangeliën betreft: deze passages zijn in schril contrast het de algehele boodschap van het evangelie. Waarom zou de koran zulke stellige waarheidsaanspraken doen? Er was niets dat Mohammed als grote profeet onderscheidde, hij stamde niet af van een door God uitverkoren geslacht, hij verrichtte geen wonderen en hij kon zelfs geen zoon verwekken die na zijn dood zijn nieuwe godsdienst zou voortzetten. Om die reden moest Mohammed wel inkrimpen tot slechts een apostel, lager dat hijzelf, het ‘Zegel der Profeten’.

Overige verontrustende passages in het vierde hoofdstuk van de koran:

  • De volmacht om er tot vier echtgenotes op na te houden (soera 4:3).

  • Een man zal tweemaal zo veel erven als een vrouw. (soera 4:11)

  • Het is toegestaan om tijdelijke echtgenotes te hebben (soera 4:24).

  • De toestemming om vrouwen te slaan (soera 4:34)

  • De ongelovigen zijn jullie aartsvijanden. (soera 4:101)

  • Versaag niet in de achtervolging van jullie vijanden. (soera 4:104)


Zie ook de uitleg van Robert Spencer van JihadWatch over het begin van dit koranhoofdstuk.

Eerdere delen van deze serie staan hier, hier en hier.

zondag 19 augustus 2007

(Juridische) jihad in India

De godsdienst-van-de-vrede die is gekaapt door een piepkleine minderheid van extremisten staat er weer mooi op: de wederwaardigheden van Taslima Nasrin.

Nadat de Belgaalse schrijfster Taslima Nasrin op 9 augustus tijdens de presentatie van de vertaling van haar boek Shodh in Hyderabad was bekogeld met bloempotten, een lederen koffer en met een stoel bedreigd door – nota bene – een aantal volksvertegenwoordigers, sprak een Indiase imam afgelopen week alweer een fatwa over haar uit wegens belasteren van de islam en de profeet.

De imam loofde direct na het vrijdaggebed een ‘onbeperkt geldbedrag’ (hoeveel zou dat zijn?) uit aan degene die Nasrin zou doden. Dat moet gebeuren als de deelstaatregering zijn eis – deportatie – niet inwilligt. Onder de Indiase wet staat op het bevorderen van disharmonie en haat tussen religieuze groepen een maximale gevangenisstraf van drie jaar. Een politiewoordvoerder in Hyderabad zei dat ze is aangeklaagd wegens ‘kwetsen van de moslimgevoelens’. Dat valt ook onder deze wet (maar koranpassages als 'dood de ongelovigen waar je hen maar kunt vinden' of 'joden zijn apen en zwijnen' bevorderen juist de vrede).
Nasrin schrijft over de belabberde behandeling van hindoes in het overwegend islamitische Bangladesh en de vele verkrachtingen van vrouwen in moslimsamenlevingen.

Taslima Nasrin, opgevoed als moslim, nu atheïst en bekend van haar autobiografie Wild Wind, heeft vanaf 1993 al fatwa’s gekregen naar aanleiding van haar kranteartikelen en boeken. Haar boeken zijn in Bangladesh verboden, haar paspoort werd geconfisqueerd en ze is meermalen met de dood bedreigd door islamitische fundamentalisten die een premie op haar hoofd zetten.
In 1994 eisten islamisten dat ze moest worden opgehangen na een interview in The Statesmen waarin ze zei dat de koran ‘grondig herzien’ diende te worden. Ze moest voor de rechter komen wegens godslastering en ging de gevangenis in. Na twee maanden werd ze op borgsom vrijgelaten en verliet het land. Ze leefde meer dan tien jaar in ballingschap in Zweden. Ze kan nog steeds niet veilig terug naar Bangladesh en heeft onlangs het Indiase staatsburgerschap aangevraagd omdat op het subcontinent haar taak ligt en ze zich met die cultuur het meest verbonden voelt.

Nasrin ontving in 1994 de Sacharowprijs voor Vrijheid van Gedachten van het Europese parlement en ook andere internationale onderscheidingen. Haar boeken zijn in twintig talen vertaald, maar in Bangladesh nog steeds verboden. Drie jaar geleden beschuldigde een hoge Indiase geestelijke haar ervan een ‘joodse spionne’ (sic) te zijn. In datzelfde jaar arresteerde de politie een man die haar met de dood had bedreigd. Toen ze in 2005 een anti-oorlogsgedicht voordroeg aan Bengaalse immigranten in New York moest ze het podium verlaten omdat ze werd uitgejouwd.

Afgelopen maart werd Nasrin in India wederom met de dood bedreigd door een extremistische moslimorganisatie. Deze loofde een premie van 500.000 rupies (bijna 9000 euro) uit voor haar hoofd. De enige manier om hier onderuit te komen, was als ze haar excuses zou aanbieden, haar boeken zou verbranden en het land zou verlaten.

Een moslimpartijleider die meedeed aan de aanvallen op 9 augustus zei ter rechtvaardiging: ‘We maken ons niet druk om onze status als parlementariër. We zijn vóór alles moslim. En het is onze verantwoordelijkheid hen op de proef te stellen die iets tegen de islam inbrengen op wat voor manier dan ook.’
Nasrin had zich teruggetrokken in een hoek. Ze noemde de aanval ‘barbaars’, maar zwoer dat ze het hoofd niet zou buigen. Vele Indiase moslims vonden dat de aanval op Nasrin niets te maken had met aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Integendeel, het was een aanval op het aantasten van de vrije meningsuiting door Nasrin!

Op de boekpresentatie hing een spandoek met een vergelijkbaar staaltje moslimlogica: ‘Als je Taslima en Rushdie herbergt, dan verdrijf je alle moslims uit dit land.’ Moslims nemen het hoog op als ze het gevoel hebben dat iemand hen belachelijk maakt. Ze schieten dan al snel in de slachtofferrol en dreigen soms zelfs met geweld. Deze rare gewoonte wint ook veld in Nederland, andere Europese landen met veel moslimimmigranten en de Verenigde Staten.

Het leidt ertoe dat de ontvangende landen zich in alle bochten wringen om de gevoelige moslimziel te ontzien, tot zelfcensuur en een oproep tot inbinden aan toe. Dat vertraagt de integratie. Mohammedaanse woordvoerders die aanstoot nemen aan uitspraken van ongelovigen, gaan niet met hen in debat – en grijpen dus niet de kans die iedereen heeft in een vrij, democratisch land op het aantonen van je eigen waarheid en het weerleggen van wat je opponent zegt.
In plaats daarvan, schreef Robert Spencer op JihadWatch, demonstreren dit soort moslims hun ‘algehele intellectuele bankroet’ en gaan ze dreigen. Met rechtszaken of erger.

Koranuitleg die alle illusies vernietigt, deel 3

The Incredible Qur’an, door Louis Palme

Moslims zeggen altijd dat wij onwetend zijn en niets begrijpen van hun prachtige koran. Maar wat staat er eigenlijk in het boek dat Wilders wil verbieden? Een serie.

Soera 3: Het Huis van Imraan

De titel van deze soera slaat alleen ergens op als je begrijpt dat Imraan een verbastering is van Amram, de vader van Aäron, Mozes en Miriam. Welnu, hier was Allah in de war. Hij dacht dat deze Miriam Maria was (zie Matthëus 26:59), de moeder van Jezus (beiden Mariam in het Arabisch). Hierbij de tekst uit de koran:

Herinner jullie de woorden van Imraans vrouw. ‘Heer’, zei ze, ‘Ik wijd bij gelofte aan U wat in mijn buik is. Aanvaard het van mij, U alleen hoort alles en weet alles.’

En toen ze was bevallen van het kind zei ze: ‘Heer, ik heb een dochter gebaard’ – God wist heel goed waarvan ze was bevallen: het mannelijke is niet als het vrouwelijke – en ik heb haar Maria genoemd. Bescherm haar en al haar nakomelingen van Satan, de vervloekte.’

Haar Heer aanvaarde het kind genadig. Hij liet het goed opgroeien en vertrouwde de zorg voor haar toe aan Zacharias.
(soera 3:35-40)

Een paar verzen later heeft Zacharias een zoon genaamd Johannes.
Iedereen met een rudimentaire bijbelkennis weet dat Mozes rond 1500 voor Christus leefde en dat Maria, Zacharias en Johannes de Doper in de eerste eeuw AD leefden. De alwetende Allah maakte in zijn relaas dus een sprong van 1500 jaar van Amran naar Maria, Johannes en de geboorte van de Messias. Deze ontzaglijke fout is een van de hoofdredenen dat het verspreiden van de bijbel onder moslims verboden is in de meeste islamitische landen.

Een van de beschuldigingen van de islam aan het adres van christenen en joden is dat ze hun heilige teksten hebben vervalst en verdraaid. Zie soera 2:211 en 5:13. Het is onwaarschijnlijk dat Mohammed ooit een exemplaar van de torah of de bijbel heeft aanschouwd, en de mensen die verhalen uit deze boeken voordroegen aan Mohammed hebben wellicht de oorspronkelijke tekst verkeerd weergegeven. Het lijdt echter geen twijfel dat talrijke torah- en bijbelmanuscripten dateren van de vierde eeuw (voordat de islam een godsdienst werd) en er zijn geen fundamentele verschillen tussen die vroege handschriften en dezelfde heilige boeken die tegenwoordig worden gedrukt.

Enkele voorbeelden van andere problematische passages uit soera 3:

  • De gelovigen moeten de ongelovigen niet als vriend verkiezen boven de gelovigen. (soera 3:28)

  • Bij de kruisiging wierpen ze loten om te zien wie Maria onder zijn hoede zou nemen (in het Nieuwe Testament verloten de Romeinse soldaten Jezus’ mantel). Vergelijk soera 3:44 met het evangelie van Johannes, 19:23-27.

  • God is de beste plannenmaker. (soera 3:54)

  • Joodse voedselrestricties waren een straf voor zondigen. (soera 3:93)

  • Jullie die geloven! Maak geen vrienden buiten jullie eigen kring. (soera 3:117)

  • Wij zullen de harten van hen die ongelovig zijn angst aanjagen. (3:151)


De eerste twee delen van deze serie staan hier en hier.

- - - - - - - - - - - -

Het koranblog van Robert Spencer is nu ook in het Duits vertaald: Das Koran-Blog.

De omverwerping van het onderwijs, les 1

Alan Caruba

De Nederlandse overheid heeft het onderwijs om zeep geholpen. Ook in de VS worden kinderen dommer gemaakt op school. Lees en huiver van herkenning.

Ik wil wedden dat u denkt dat de problemen met onze scholen van recente datum zijn. Fout. Ze zijn begonnen in de jaren ’60 [zie noot 1]. Degenen die de omverwerping van ons onderwijssysteem hebben geïmplementeerd, proberen ruim onder de radar van het publieke bewustzijn te vliegen, heimelijk en dubbelhartig als ze zijn. Hun aanpak heeft reeds de ontwikkeling van vele duizenden kinderen belemmerd.

In dit commentaar en de drie die nog zullen volgen, loods ik u door de geschiedenis van dit probleem heen met behulp van een bijzonder boek uit 2000, De opzettelijke debilisering van Amerika, geschreven door Charlotte Thomson Iserbyt [zie noot 2]. De feiten die ik met u wil delen, zijn te vinden in het vuistdikke onderzoekshandboek van deze voormalige hoge beleidsambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Onderwijs die de hoofdader ontdekte, kopieerde en vluchtte. Zij is een van Amerika’s ondergewaardeerde helden.

Zoals Iserbyt aantoont, zou het Amerikaanse onderwijs zich vanaf de jaren ’60 ‘voortaan bezighouden met het belang van de groep in plaats van het belang van het individu. Het doel van het onderwijs verschoof naar de emotionele gezondheid van de leerling en niet zijn academische vorming. De jaren ’60, weet u nog? Seks, drugs & rock’n roll? Drop out, tune in, and turn on? Ongeveer alles wat verkeerd is aan het Amerika van vandaag is ontstaan in dit pathetische decennium met zijn jeugdige genotzucht.’

In 1965 werden er twee belangrijke federale initiatieven ontwikkeld met geld dat vrijkwam dankzij de Wet op het basis- en voortgezet onderwijs die dat jaar was aangenomen. Het ene was het ‘Gedragswetenschappelijke onderwijsprogramma voor leraren’ (1965-1969) en het andere was de publicatie van ‘Stappenzetters voor innovatie’, een 584 pagina’s tellende catalogus van gedragsveranderingsprogramma’s die van regeringswege op scholen moesten worden gebruikt.

Ik herhaal: een catalogus voor gedragsveranderingsprogramma’s! We hebben het niet over een programma om leerlingen iets bij te brengen. We hebben het over programma’s om kinderen in het onderwijssysteem te indoctrineren teneinde hen te laten geloven in waarden die in strijd zijn met de waarden waarop ons land is gebouwd.
In het kort was de bedoeling een generatie Amerikanen in het leven te roepen die de Verenigde Naties als hun nieuwe ‘natie’ zouden omhelzen; niet de Verenigde Staten, maar een mondiale natie met een wereldeenheidsregering. Het laatste wat deze samenzweerders wilden, was een natie van individuen die zelfstandig konden nadenken. Dit is waar we in terecht zijn gekomen met Bill Clinton, de klassieke jaren-’60-streber.

Iserbyt schrijft: ‘In 1960 werd in Parijs het Verdrag over Onderwijs, Wetenschap en Culturele Organisaties van de VN ondertekend. Dit verdrag legde de basis voor de beheersing van het Amerikaanse onderwijs – zowel openbaar als particulier – door VN-organen en -vertegenwoordigers.’
Trek nu een lijn tussen de puntjes. In 1960 werd het rapport ‘Sowjet-onderwijsprogramma’s: grondbeginselen, curricula, lerarenvoorbereiding’ gepubliceerd onder auspiciën van het Amerikaanse ministerie van Gezondheid, Onderwijs en Sociale Zaken. Het was de blauwdruk voor de hervorming van school-naar-werk die zou plaatshebben en het leunde op de ‘geconditioneerde-reflextheorie van Pavlov’. De psycholoog B.F. Skinner is het meesterbrein achter gedachtenbeheersing en conditionering en hij was de goeroe achter de rotzooi die vandaag de dag in de VS voor onderwijs doorgaat.

Het is zelfs nu nog nauwelijks voorstelbaar dat de VS de benadering van de Sowjetcommunisten overnam. In 1961 probeerde de Republikeinse afgevaardigde John M. Ashbrook het Congres te waarschuwen voor wat er gaande was. Hij citeerde uit een document van genoemd ministerie, ‘Een federale toekomstagenda’, en hij noemde het nieuwe onderwijsprogramma ‘een blauwdruk voor complete controle en sturing van onze scholen door Washington.’ Hij had gelijk.

Om die reden is de enige onderwijshervorming die dit land nodig heeft de totale eliminatie van het ministerie van Onderwijs. Dat zal niet gebeuren. Net als we nu pas ontdekken dat de communistenjagers van de jaren ’50 gelijk hadden met hun bewering dat het departement van Buitenlandse Zaken vergeven was van de communisten, zal niemand nu geloven dat het departement van onderwijs is gemodelleerd naar communistische theorieën.


Noot 1
Caruba's artikel uit 2001 maakt gebruik van het boek 'The Deliberate Dumbing Down' van Charlotte Thomson Iserbyt, dat hier gratis te downloaden valt. Iserbyt gaat veel verder terug. Het ‘papieren spoor’ van de omverwerping van het onderwijs begint in de 18de en 19de eeuw, toen de kiem al werd gezaaid. Begin 20ste eeuw keerde het tij.

Noot 2
Charlotte Thomson Iserbyt begon haar verzet tegen het Amerikaanse onderwijssysteem in 1973, toen haar zoon op een dag van school kwam met een paars vel papier met een ‘smiley’ erop, getiteld Alles Over Mij. ‘De vragen waren allemaal erg persoonlijk’, schrijft ze in haar boek 'The Deliberate Dumbing Down of America', ‘en wel zodanig dat mijn zoon zich gedwongen voelde om te liegen, want hij wilde geen intieme dingen over zijn ouders en broer vertellen.’
Het doel van de vragenlijst was achter de denkwereld en gevoelens van de leerling te komen. Gewapend met deze informatie ‘zou het gemakkelijker zijn voor de openbare school om zijn waarden en gedrag te veranderen – uiteraard zonder medeweten van het kind of toestemming van zijn ouders.’

Iserbyt werd onderwijsactiviste. Ze ging in het schoolbestuur, richtte een vereniging voor kritische ouders op en werd uiteindelijk adviseur op het departement van Onderwijs van de regering-Reagan. Daar kwam ze na een analyse van subsidieaanvragen van ‘veranderingsmanagers’ tot de conclusie dat wat er mis was in het Amerikaanse onderwijs het resultaat was van een georkestreerde poging van een ‘transnationale’ elite om het systeem naar hun hand te zetten. Toen ze een belangrijk document liet uitlekken aan de pers werd ze ontslagen.
Iserbyt schreef haar boek om het grote publiek te confronteren met de onprettige waarheid over hun overheid. Ze wil dat ouders toegang krijgen tot alle beleidsdocumenten die in haar ogen kinderen klaarstomen voor een soort socialistisch-fascistische wereld waarin ze zullen moeten leven als wij er niets tegen doen.